inleiding
 kaart

  
79 ha.  
Niet toegankelijk  
terug naar natuurkaart  

Ychtenerfeanpolder

Karakteristieken

Rietland.

Ligging

Gemeente Lemsterland, bij Bantega.

Toegankelijkheid

Niet toegankelijk, wel vanaf de wegen redelijk goed te overzien.

Geschiedenis

De rietlanden maakten tot halverwege de 19e eeuw deel uit van een groot moeraslandschap, dat geleidelijk in cultuur is gebracht. De omgeving is kleinschalig verveend, daarna ontwaterd, vlakgeschoven en ingepolderd. De huidige rietperceeltjes zijn in het landschap overgebleven als hoger liggende delen. De Kamperpolder is niet verveend maar alleen ontwaterd, en daardoor ingeklonken en lager komen te liggen. In de Lange halen heeft een perceel tijdelijk dienst gedaan als eendenkooi.

Verdroogde, maar waardevolle rietlandperceeltjes

Door de diepontwatering van de polders rondom de natuurgebiedjes zijn de rietlanden sterk verdroogd en is de zeldzamere, vochtminnende vegetatie sterk achteruitgegaan. De rietlandpercelen, hier en daar nog met Veenmos, zijn vooral rijk aan varensoorten: Kamvaren en Moerasvaren en Brede en Smalle stekelvaren. Ook de bastaard van Kamvaren en Smalle stekelvaren wordt in de verruigde veenmosrietlandjes aangetroffen. In de rietpercelen broeden in het voorjaar talrijke riet- en ruigtevogels, waaronder de Sprinkhaanrietzanger, Kleine karekiet en Rietzanger. Grotere broedvogels zijn hier de Bruine kiekendief en de Wulp.
Plaatselijk staat de Rietorchis tussen het riet. Op andere stukken staan tussen het lage riet vrij veel braamstruiken, wat een teken is van verdroging. Aan plasjes in de Kamperpolder groeien tussen de lisdodden nog polletjes van de zeldzaam wordende Ronde zegge. Kleine valeriaan bloeit elk voorjaar in een vochtig hooilandje, waarin ook Tandjesgras, Pijpenstrootje, Zompzegge en Veenpluis voorkomen. In het rietland komen verder soorten voor als Waterzuring, Melkeppe, Poelruit, Koninginnenkruid, Echte valeriaan, Dotterbloem en Paddenrus, soorten die het rietland een bloemrijk aanzien geven. Hier en daar is enig moerasbos ontstaan, onder andere bij het moerasje aan de Tjonger, en een berkenbosje bij de Lange Halen. In deze bosjes broeden onder meer Winterkoning, Tjiftjaf en Vink.

Tjiftjaf. Bron: It Fryske Gea

Beheer

Het beheer van de rietpercelen en een enkel grasperceel bestaat alleen uit jaarlijks maaien. Hiertoe worden de percelen verpacht. In de toekomst gaan de rietperceeltjes mogelijk een grotere rol spelen als ecologische verbinding tussen gebieden als het Easterskar, de polder Brandemeer, de Rottige Meente en de Bancopolder of de Weerribben. Dan kan dit netwerk van natuurgebieden van levensbelang zijn voor de Grote vuurvlinder of de Otter. Aan het peilbeheer wordt veel aandacht zal besteed. Om verdroging te voorkomen moet voortdurend water worden ingelaten, wat leidt tot een toename van de voedselrijkdom van het water. Er zal tegen gewaakt moeten worden dat dit geen nadelige invloed heeft op de vegetatie.

  


Voor meer informatie over It Fryske Gea: www.fryskegea.nl