Bijzonderheden
Belangrijk broedvogelgebied en pleisterplaats. Grote kolonie visdiefjes en kokmeeuwen.

Ligging
Gemeente Nijefurd, bij Workum en Gaast.
Toegankelijkheid
Het gebied is niet vrij toegankelijk, wel zijn er twee uitzichtpunten: bij camping It Soal - hier bevindt zich een vaste verrekijker - en aan het einde van de Slinkewei, van waaruit het gebied goed kan worden overzien.
Informatie
Informatiepaneel bij de uitkijkheuvel en de camping.
Geschiedenis
Vóór de afsluiting van de Zuiderzee lag voor de dijk bij Workum een grote kwelder, in tweeėn gesneden door een diepe noord-zuid lopende geul. Ten oosten van deze geul, de Vlieter, was de bodem kleiachtig (het groene strand); ten westen zandig. Het groene strand was grotendeels begroeid en op het westelijke deel ontstonden zandruggen. Na de afsluiting viel ook de zandbank definitief droog (het gele strand). In 1934 werd begonnen met de aanleg van de zomerkade. Voor de benodigde grond werd de soldatengracht gegraven (het werk kwam pas in 1943 klaar). Zo ontstonden de binnenwaard en de buitenwaard. De binnenwaard werd in cultuur gebracht en grotendeels als grasland gebruikt. De buitenwaard bleef onder invloed van het IJsselmeerwater. Het werd een belangrijk vogelgebied en er ontwikkelde zich een belangwekkende flora. Vanaf 1958 berust het natuurbeheer van de buitenwaard bij It Fryske Gea.

Warkumerwaard. Bron: It Fryske Gea
Rijk vogelgebied
Langs het IJsselmeer ligt een zevental schelpenbanken met daartussen periodiek droogvallende ondiepten. Onder andere door ijsgang blijven de schelpenbanken in het voorjaar vrij van begroeiing, waardoor de broedkolonies zich hier kunnen handhaven. Langs de banken ontwikkelt zich in de zomer een vegetatie van hoogopgaande kruiden, waaronder Heen of Zeebies, Harig wilgenroosje, Grote- en Kleine watereppe, en op sommige plaatsen grote zuringsoorten, vooral Krulzuring en Kluwenzuring. Tussen deze beide soorten zijn hier steeds boeiende, steriele bastaarden aan te treffen. Als er wat slikkige randjes zijn vrijgekomen groeit daar vaak Moerasandijvie. Een bijzonderheid voor Friesland is het Groot moerasscherm dat hier in de rietrandjes groeit, vaak samen met de Witte waterkers. Ook Selderij komt hier als wilde plant voor.
Grote oppervlakten achter de schelpenbanken bestaan uit nat, onbemest grasland, met in het vroege voorjaar Moeraspaardebloem. Later in het jaar vindt men er Aardbeiklaver, Fraai duizendguldenkruid, Zilte zegge, Moeraszoutgras, Waterpunge en Zilt torkruid. In de plasjes in dit terrein groeien veel Lidrus, Naaldwaterbies, Zilte waterranonkel, Rode waterereprijs en Zannichellia. Er zijn nog enkele plekken met een zilte vegetatie (zelfs in de binnenwaard) waar Hertshoornweegbree, Zeeweegbree en Melkkruid het volhouden.
De vogelbevolking van de Warkumerbūtenwaard is in alle jaargetijden zeer rijk. Op de schelpenbanken broeden vooral visdiefjes en kokmeeuwen. De kolonie visdiefjes van gemiddeld omstreeks 1.500 broedparen, is momenteel een van de grootste van Nederland. Ook het aantal kokmeeuwen loopt in de duizenden. Verder broeden hier Kluut, Bontbekplevier en de oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied afkomstige Geelpootmeeuw. Wat de weidevogels betreft is vooral het broeden van de kritische soorten Tureluur en Kemphaan van belang. Buiten de broedtijd zijn er op de buitenwaard steeds veel steltlopers aanwezig: grutto's, wulpen, kemphanen en goudplevieren. Soms zijn ze er in grote groepen - overigens ook op de binnenwaard - waar ze vanaf de weg heel goed zijn waar te nemen. Groenpootruiters, zwarte ruiters, watersnippen en oeverlopers zijn er in kleinere aantallen. Heel bijzonder is de aanwezigheid van tientallen reuzensterns in augustus. En dan zijn er de eenden, vooral grote aantallen smienten, en ganzen als Brandgans, Kolgans en Grauwe gans, die hier een groot deel van de winter voedsel zoeken. Ook de Roodhalsgans wordt bijna elke winter gezien. De ganzen grazen veelal op de binnenwaard of dieper in het binnenland, maar drinken, rusten en overnachten meestal op het ondiepe water ter hoogte van Gaast. Prachtig zijn de imposante vluchten van de grote groepen ganzen naar de slaap- of foerageerplaatsen.

Ganzen. Bron: It Fryske Gea
Beheer
In het voorjaar worden op de buitenwaard pinken en later paarden ingeschaard. De schelpenbanken worden ter bescherming van de vogelkolonies uitgerasterd. De binnenwaard is grotendeels aangewezen als relatienotagebied, waardoor voor het agrarisch gebruik beperkingen gelden ten gunste van de weidevogels. In 1995 is met het oog op de natuurontwikkeling aan de zuidzijde een stenen dam aangelegd, die de in 1997 achter de dam opgespoten zandplaat beschermt. Ten behoeve van het ringonderzoek worden op de uitgestrekte binnenwaard op traditionele wijze - met een wilsterspul - goudplevieren en soms rosse grutto's gevangen. Eveneens met het oog op de natuurontwikkeling is voor de kust aan de zuidkant van de Warkumerbūtenwaard een aantal zandplaten aangelegd. Hier is een uitzichtpunt ingericht van waaruit veel van de broedvogels en pleisterende vogels kunnen worden geobserveerd.