inleiding
 kaart

  
11 ha.  
Vrij toegankelijk  
Ongemarkeerde wandelroutes  
terug naar natuurkaart  

Van Coehoornbosk en Wikelerbosk

Karakteristieken

Loofbos met stinzenflora.

Bijzonderheden

Stinzenflora.

Ligging

Gemeente Gaasterlân-Sleat, bij Wyckel.

Toegankelijkheid

Vrij toegankelijk op wegen en paden.

Geschiedenis

Het bos, ook wel Wikelerbosk genoemd, is omstreeks 1680 aangelegd door Menno baron van Coehoorn, directeur-generaal van de fortificaties der Republiek en een beroemd vestingbouwkundige. Het Van Coehoornbosk ligt vlak achter de dorpskerk van Wyckel waarin zich zijn praalgraf bevindt, en is aangelegd rondom het buitengoed Meerenstein van de familie van Coehoorn. De hoogte waarop het buitengoed staat zal een fraai uitzicht geboden hebben op het open land, het Slotermeer en wellicht op het stadje Sloten, waarvan de vestingwerken door baron van Coehoorn waren ontworpen.
Het Van Coehoornbosk is in 1949 door It Fryske Gea aangekocht vanwege de botanische, historische en recreatieve waarden. Het bos is oorspronkelijk aangelegd in de Franse geometrische formele stijl: rechte lanen die het verdelen in rechthoekige vakken. Later zijn hier elementen uit de Engelse landschapsstijl aan toegevoegd. De aanwezige stinzenflora is waarschijnlijk een overblijfsel uit die tijd.

Van Coehoornbosk. Bron: It Fryske Gea

Oud bos met een gevarieerde vogelbevolking

In het gedeelte van het bos achter kerk en pastorie bevindt zich een vrij rijke stinzenflora, die vooral in voorjaar en voorzomer de aandacht trekt. Men vindt er Vingerhelmbloem, Bosanemoon met gevulde bloemen - de Halskraag-anemoon - en veel Daslook, Adderwortel en Gewone vogelmelk. De bomen in dit deel van het bos bestaan grotendeels uit Gewone es en Gewone esdoorn. Het wordt wel beschouwd als een restant van een reeds voor de aanleg van het buitenhuis bestaand loofbos.
Van de paddestoelen die in het bos veel voorkomen, moet de Gewone morielje genoemd worden die in sommige jaren wordt aangetroffen. Naast het open gedeelte van het bos, waar vroeger het buitengoed Meerenstein heeft gestaan en dat nu in gebruik is als ijsbaan, bestond het bos grotendeels uit eikenhakhout, dat geleidelijk is uitgegroeid tot opgaand bos. Met het oog op de waterhuishouding is het bos aangelegd op rabatten van vijf tot zes meter breed. Langs de randen lopen enkele fraaie singels van voornamelijk eik. Achter de locatie van de oorspronkelijke buitenplaats ligt nog een heuveltje met oude lindebomen. Hier groeit veel Lelietje-van-dalen. Het bos kent een tamelijk rijke vogelbevolking. Vlak achter het fraaie toegangshek bevindt zich in de hoge eiken een roekenkolonie. Enkele andere broedvogels zijn Vlaamse gaai, Grote bonte specht, Pimpelmees, Roodborst, Winterkoninkje, Zwartkop, Tuinfluiter, Braamsluiper, Zanglijster, Grote lijster, Boomkruiper en Ransuil. Ook in de trektijd oefent dit bos aan de rand van Gaasterland een grote aantrekkingskracht uit op diverse vogelsoorten. Andere diersoorten die hier voorkomen zijn vleermuizen, waaronder de Baardvleermuis, Rosse vleermuis, Laatvlieger en Ruige dwergvleermuis. In het bos bevindt zich een bewoonde dassenburcht.

Boomkruiper. Bron: It Fryske Gea

Beheer

Met dunnen en snoeien wil It Fryske Gea de variatie van de vegetatie in het bos vergroten. Daarnaast wordt de ontwikkeling van de stinzenflora bevorderd door lichte grondbewerking, bijplanten en dergelijke. Tenslotte wordt het bestaande padenstelsel onderhouden.

  


Voor meer informatie over It Fryske Gea: www.fryskegea.nl