inleiding
 kaart

  
20 ha.  
Niet vrij toegankelijk  
terug naar natuurkaart  

Unlan fan Jelsma en Kobbelan

Karakteristieken

Boezemlanden, moerasbosjes en petgaten.

Bijzonderheden

Het Unlân fan Jelsma is een uiterst waardevol blauwgrasland met onder andere Blonde zegge en Knotszegge.

Ligging

Gemeente Smallingerland, bij Goëngahuizen.

Toegankelijkheid

Alleen toegankelijk op aanvraag.

Geschiedenis

Dit gebied vormde vroeger een uitgestrekte vlakte van boezemlanden (blauwgraslanden) in een sterk verveend landschap. Na grootscheepse ruilverkavelingen in dit gebied zijn enkele stukjes blauwgrasland gespaard gebleven. Het Unlân fan Jelsma is daarvan het meest waardevol. Toch geeft ook dit gebied reden tot zorg: doordat rondom diepte-ontwatering plaatsvindt, dreigt de waterstand van het Unlân te laag te worden.

Unlân fan Jelsma. Bron: It Fryske Gea

Verlande petgaten en onbruikbaar land

Het Unlân fan Jelsma bestaat grotendeels uit verlande petgaten die met Els, Wilg, Vuilboom en een enkele Lijsterbes tot moerasbos zijn ontwikkeld. Horsten van de Pluimzegge, Moeras- en Kamvaren vormen samen een dichte onderbegroeiing. Langs de randen staat overvloedig Wilde gagel en hier en daar proberen Amerikaans krentenboompje en Vogelkers een plaatsje te vinden. In het moerasbos van het Unlân leven de voor die terreinen gangbare vogelsoorten. De bomen worden in de winter vaak en graag als slaapplaats gebruikt door spreeuwen en kraai-achtigen. De stripen geven nog een goed beeld van het vroeger zo veelvuldig voorkomende blauwgrasland. In het voorjaar zijn het vooral de zeggesoorten die het aspect bepalen: Blauwe, Blonde en Geelgroene zegge en de bastaard tussen beide laatste soorten. Ook de in Friesland zeldzame Knotszegge wordt in het gebied gevonden. Karakteristieke grassoorten zijn er Pijpenstrootje, Gewoon reukgras, Tandjesgras en Borstelgras. Veenreukgras is vroeg in het jaar langs de randen van het moerasbos te vinden. Later in het seizoen staan op de stripen bloeiende Spaanse ruiter, Blauwe knoop en soms ook Klokjesgentiaan. Ook groeien er nogal wat exemplaren van het Knoopkruid. Het Kobbelân is later en dieper verveend dan het Unlân. Daarom bestaan de petgaten in dit gebied nog grotendeels uit open water. Ook hier laten de stripen fraaie stukjes blauwgrasland zien, met ongeveer dezelfde plantensoorten als in het Unlân. Wel is het opvallend dat hier veel Waterkruiskruid groeit. In de voorzomer springt de kleurenpracht van Spaanse ruiter in het oog. Kale jonker staat er veel, samen met Blauwe knoop. Verder zijn er in het Kobbelân mooie veldjes Veenpluis, Hondsviooltje en Wateraardbei te vinden. Op enkele natte plaatsen groeit het Waterdrieblad. Waar rietafval is verbrand, staat in het voorjaar vaak Klein bronkruid. De open petgaten hebben een vegetatie van Witte waterlelie en Gele plomp, met langs de oevers veel Waterzuring en grote horsten van Pluimzegge. De Echte koekoeksbloem geeft tijdens de bloei de randen langs het water veel kleur.
In het Kobbelân vinden in de ruige oeverbegroeiing Wilde eend, Kuifeend, Slobeend, Fuut en Meerkoet een uitstekende broedgelegenheid, net als de Rietgors, Rietzanger, Kleine karekiet en soms ook de Zwarte stern. In diezelfde ruige oeverbegroeiing zijn ook talrijke winternesten van de Muskusrat te vinden. De meest opvallende zoogdieren zijn hier de reeën, die in de moerasbossen voldoende dekking kunnen vinden.

Wateraardbei. Bron: It Fryske Gea

  

  


Voor meer informatie over It Fryske Gea: www.fryskegea.nl