
Ligging
Gemeente Ooststellingwerf, ten noorden van Makkinga.
Toegankelijkheid
Niet toegankelijk. Vanaf de kavelstrook van het Tjongerkanaal goed te overzien.
Geschiedenis
De Tjonger werd omstreeks 1870 gekanaliseerd. Bij het graven van een nieuwe bedding kwam veel zand en keileem vrij, dat werd opgeworpen op grondstorten langs het nieuwe Tjongerkanaal. De hoge zand- en leemwallen raakten begroeid met struikgewas en zijn inmiddels uitgegroeid tot fraaie bosjes. In 1935 kreeg It Fryske Gea een drietal van deze grondstorten in eigendom, met aanvullingen in 1955 en 1959.
Begroeide oeverwallen
De wallen liggen hoger dan hun omgeving en zijn reliëfrijk. Doordat ze altijd met rust zijn gelaten, heeft de begroeiing zich ongestoord kunnen ontwikkelen tot rijzig opgaand loofhout, waarin de prachtige slanke berken opvallen. In de voorzomer bloeit Eenstijlige meidoorn er uitbundig langs de randen. De variatie aan inheemse loofboomsoorten is groot. Bijzonder is het voorkomen van de in Friesland zeldzame Wegedoorn. Door de rust en de natuurlijke plantengroei, zijn de Tjongerwâlen een prachtige plek voor veel soorten zangvogels. Een enkele keer nestelt er een paar blauwe reigers.
Op de bosbodem zijn er opvallende plekken met Dagkoekoeksbloem. Op een enkele plek met een oorspronkelijk humusprofiel komt Bosanemoon voor. Daar groeien ook Dalkruid, Gewone salomonszegel en het Lelietje-van-dalen.
De bruine sloot met ijzerhoudend grondwater, die de wallen scheidt van de Tjongerdijk, is rijk aan planten. Hele stukken zijn wit van de bloeiende Grote waterranonkel, of lila van de Waterviolier. Forse pollen Gewone dotterbloem zijn er te vinden, en ook Holpijp en de voor Friesland zeldzame Blaaszegge komen hier voor.

Tsjongerwâlen. Bron: It Fryske Gea
Beheer
De Tsjongerwâlen worden niet onderhouden. De bosjes ontwikkelen zich spontaan. De sloot wordt jaarlijks geschoond.