Bijzonderheden
Langste binnendijk van Nederland met duizend jaar oude historie.

Ligging
Gemeenten Franekeradeel en Littenseradeel, tussen Oosterbierrum en Boazum.
Toegankelijkheid
Vrij toegankelijk.
Beschrijving
Uit diverse, deels zeer oude zee-, binnen- en polderdijkjes opgebouwde dijk, die zich uitstrekt van de Waddenzeekust tot aan Raerd aan de vroegere Middelzee benoorden Sneek.
De oorspronkelijke functie van de dijk is nu vervallen. Er zijn nu dijken op afstand zoals de Afsluitdijk en de Noorzeedijk die ons beschermen tegen hoog water. Al eeuwenlang heeft de dijk echter ook een andere functie, die van verbindingsweg voor plant en dier. Zulke verbindingsroutes zijn tegenwoordig schaars in ons volle land. Te vaak zijn er onderbrekingen en barrières door wegen, kanalen en bebouwing. Planten en dieren hebben het hier moeilijk mee. Kleine dieren verplaatsen zich over het algemeen vooral via relatief kleine stappen, daarom is voor dieren als egels, padden, kikkers en kleine insecten een veilige en natuurlijke weg van groot belang. De dieren zorgen, samen met de wind, voor de verspreiding van de zaden van de planten. Plant en dier varen dus wel bij een dijk als de Slachte.

Slachtedyk. Bron: It Fryske Gea
Een bloemrijke dijk
Het beeld van de dijk wordt voornamelijk bepaald door rijk bloeiende kruiden als Gele en Paarse morgenster, Pastinaak en Veldlathyrus. In mei is de dijk tussen Boazum en Reahûs een prachtig wit lint, door de bloeiende Meidoorn en het Fluitenkruid. Op andere plaatsen is de berm bont gekleurd met rode klaver, boterbloem, vogelwikke en zuring. De berm van de Slachtedyk is dan ook soortenrijker dan het omringende land. Op het gedeelte in de bouwhoek rond Witmarsum staan ook minder algemene planten zoals Viltig kruiskruid en Zeegroene zegge. Een bijzondere plant in de dijkberm bij Achlum en Sopsum is Addertong. Dit varentje komt hier naar schatting met wel 1500 tot 2000 exemplaren voor. Op zich is de groeiplaats op de kleibodem heel natuurlijk, maar toch is de Addertong elders in Fryslân, voor zover bekend, alleen op de Makkumer Noardwaard langs de Friese IJsselmeerkust te vinden.
De dijk is een bron van voedsel voor insecten en kleine zoogdieren. Vlinders als Klein koolwitje, Kleine vos, Atalanta, Citroenvlinder en Dagpauwoog vinden hun voedsel in de bloeiende planten. Kleine zoogdieren zoals Hermelijn, Wezel en Bunzing eten graag muizen. De muizen, de Veldmuis en Gewone bosmuis, houden het liever bij zaden, graan, kruiden, gras en vruchten. Zon scharrelend muisje in het gras is op zijn beurt een lekker hapje voor de Buizerd en de Torenvalk. In het gras en in het riet bij de dijksloot vind je vooral kleine vogelsoorten: de Graspieper en de Gele kwikstaart, de Kleine Karekiet en de Rietgors.

Citroenvlinder. Bron: It Fryske Gea
Beheer
Het beheer van het grootste deel van de dijk is op 30 juni 2000 overgegaan van Wetterskip Fryslân naar It Fryske Gea. It Fryske Gea beschouwt de dijk als een belangrijk cultuurhistorisch monument met waardevolle landschappelijke en natuurwaarden, en wil graag dat nog meer soorten planten en dieren van de dijk profiteren. Dat maakt niet alleen de dijk mooier, maar biedt ook meer soorten een leefplek. Daarom wordt het beheer van de dijk hierop toegespitst. Dat betekent: niet meer bemesten en twee maal per jaar maaien (eind juni / eind augustus) en het maaisel afvoeren. Daardoor zal verschraling van de bodem optreden en zal de soortenrijkdom toenemen. Wanneer dit proces eenmaal op gang gekomen is, kan worden overgegaan tot één keer per jaar maaien (begin augustus).