Bijzonderheden
Belangrijk (broed)vogelgebied en woonplaats van de Das. Vindplaats van een steenkist.

Ligging
Gemeente Gaasterlân-Sleat.
Toegankelijkheid
Vrij toegankelijk over gemarkeerde wandelroutes en fietspad.
Informatie
Informatiepanelen bij ingang Rijs (Mirnserlaan) en bij ingang Murnzerklif (weg Oudemirdum - Mirns). Informatiecentrum in Oudemirdum.
Geschiedenis
Met de aanleg van het Rysterbosk werd begonnen in de 17e eeuw door de familie De Wildt (later De Ruyter De Wildt). In 1676 kocht Hiob de Wildt 'een saete ende landen sampt huyzinge (...) gelegen op Gaesterlant onder den dorpe Mirns op Rijs'. Deze en later verworven (woeste) gronden in het golvende Gaasterlandse heidelandschap liet de familie ontginnen tot bouwland of bos. Het Rysterbosk werd rondom huize Rijs aangelegd in barokstijl, met lange rechte lanen en dwarslanen waardoor vierkante vakken ontstonden. In later ontwikkelde delen van het terrein werd voor een meer landschappelijk stramien gekozen.
Later - toen huis en bos in bezit waren gekomen van de familie Van Swinderen - werden grote delen van het bos door de exploitatie van het eikenhakhout ook economisch van betekenis.
In 1941 kon It Fryske Gea het bos verwerven met steun van provincie en gemeente. Het werd ondergebracht in de Stichting Rijsterbos. Leden van It Fryske Gea kregen destijds vrije toegang; niet-leden konden een dagkaart kopen voor 10 cent per persoon.
Overigens is het bos ook van historische betekenis. Dat Gaasterland reeds lang bewoning heeft gekend, bleek toen in 1849 een steenkist werd ontdekt. Deze is verloren gegaan, maar in het Rysterbosk is de plaats waar hij werd gevonden gemarkeerd met een steen met inscriptie en een aanduiding van de plattegrond van het monument. Er zijn nog meer oudheidkundige vondsten in het bos gedaan, waaronder een 14e eeuws grafveld. Een monumentje van veel recenter datum is het vredestempeltje, dat kort na de Napoleontische overheersing moet zijn opgericht. Het tempeltje staat aan de Mirnserlaan nabij de hoofdingang.

Vredestempeltje. Bron: It Fryske Gea
Gevarieerd loofbos met een rijke vogelbevolking
Het Rysterbosk bestaat voor het grootste deel uit loofbos waarin eiken overheersen, maar er komen ook delen voor met Lariks, Douglasspar en Grove den en verspreid enkele zeer fraaie beuken. Van het oorspronkelijke eikenhakhout is nog circa 5 ha over. Bijzonder is het voorkomen van de Wintereik, een in Nederland niet veel voorkomende boomsoort. De Wintereik zou in het Rysterbosk een overblijfsel kunnen zijn van de oorspronkelijke vegetatie op de Gaasterlandse zandgronden. Hier en daar zijn in het bos nog sporen van de vroegere heidevegetatie aanwezig. Gaasterland is bijzonder rijk aan varensoorten en ook het Rysterbosk deelt in die rijkdom. Zeer algemeen is de Brede stekelvaren. Bijzonder mooi zijn het sierlijke Dubbelloof en de Gewone eikvaren. Bosplanten als Bosanemoon, Dalkruid en Rode bosbes zijn verspreid aanwezig. Vlak bij de ingang van het bos valt de aanwezigheid van Klimop op, en verderop slingert zich op vele plaatsen Wilde kamperfoelie rond de stammetjes. Het aantal paddestoelen dat er voorkomt is aanzienlijk: er zijn meer dan 120 soorten gevonden. Bij een boswandeling op een niet te drukke dag is mogelijk een paar reeën of een Eekhoorn te zien. Een andere bewoner van het bos, de Das, laat zich minder makkelijk zien. Dit fraaie nachtdier kwam hier van nature voor, maar rond 1922 werd het laatste exemplaar afgeschoten. Na een geslaagde herintroductie in de jaren zestig heeft de Das in Gaasterland (ook in het Rysterbosk) weer een vaste woonplaats gekregen. De heuvelachtige bodem en de naastliggende voedselrijke graslanden maken het Rysterbosk tot een zeer geschikt leefgebied.
Nu holle bomen niet meer worden opgeruimd, krijgen vleermuizen weer kansen. In het bos komen diverse soorten voor, waaronder de Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Gewone grootoorvleermuis.
Het Rysterbosk kent een rijke en gevarieerde broedvogelbevolking. Een vrij grote kolonie aalscholvers is in de oorlogsjaren verdwenen. Wel is er nog steeds een belangrijke kolonie blauwe reigers aanwezig. Bosuil en Ransuil nestelen in het bos, evenals Boomvalk, Buizerd en Havik. Spechten ontbreken evenmin; vooral de Grote bonte specht wordt veel gezien. In totaal zijn meer dan vijftig soorten broedvogels geteld, waaronder veel bosvogels als Wielewaal, Nachtegaal, Boomkruiper, Boompieper, Zwartkop, Fluiter en Gekraagde roodstaart, en mezen als Kuifmees, Staartmees, Zwarte mees, Matkop en Glanskop. Het is opvallend hoeveel vogels tijdens de trek in Gaasterland terechtkomen. Ook in het Rysterbosk verblijven gedurende de herfsttrek kortere of langere tijd grote groepen. Vooral lijsterachtigen strijken bij duizenden neer in de bossen. Houtsnippen bezoeken het bos ook in grote aantallen. Met grote valnetten of flouwen werden de vliegende houtsnippen onderschept. Er hebben in het Rysterbosk wel eens meer dan twintig van deze flouwen gestaan. Deze wijze van vogelvangen is al lang verboden. Alleen voor het wetenschappelijk trekonderzoek is er nog één flouw aanwezig, waarmee in de herfst nog gedurende korte tijd wordt gevangen.
Het Murnzerklif ligt vlak achter het Rysterbosk, maar wordt daarvan gescheiden door de weg Oudemirdum - Mirns. De hoge klifrand, die ontstond door afslag ten tijde van de Zuiderzee, is nog redelijk intact. Er komt op het gebied van de flora nog een aantal typerende klifsoorten voor, zoals Grasklokje, Zandblauwtje, Geel walstro, Gewone rolklaver, Engels gras en de fraaie Zandpaardebloem. Langs de klifrand bloeien in het voorjaar Brem, Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn. Langs het IJsselmeer staat rijkelijk de manshoge Moerasmelkdistel.

Zandblauwtje. Bron: It Fryske Gea
Beheer
Het beheer is gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het bos door omvorming van naaldbos naar loofbos. Cultuurhistorische monumenten worden onderhouden, evenals het paden- en lanenpatroon. Verder wordt gewerkt aan het tegengaan van verdroging in delen van het bos en het handhaven van rustige boskernen.