Karakteristieken
Gevarieerd moerasgebied in beekdallandschap, afgewisseld met bosjes.
Bijzonderheden
Belangrijk broedgebied voor moerasvogels als Roerdomp, Blauwborst en Porseleinhoen. In Helomapolder en Driessenpolder komt blauwgrasland voor. Tot het gebied behoren ook de monumentale watermolen 'De Gooyer' en een oude houten veensluis.

Ligging
Gemeente Weststellingwerf, onder Wolvega aan weerszijden van de weg Wolvega-Steenwijk, ten noorden en ten zuiden van de Linde.
Toegankelijkheid
Wandelpaden in Helomapolder, Driessenpolder en Oude Stroomdal. Verder is het gebied fietsend of wandelend goed te overzien vanaf de route tussen de Kontermansbrug bij De Hoeve tot aan de Driewegsluis bij Nijetrijne. Ook varend op de Linde kan men een goede indruk krijgen (aanleggen niet toegestaan). De poldermolen 'De Gooyer' (nabij de Blessebrug) is als hij draait te bezichtigen.
Informatie
Vogelkijkhut met informatiepaneel in de Lindepolder, te bereiken vanaf de Blessebrug.
Geschiedenis
Na afloop van de ijstijd waaraan de stuwwallen, keileem en massas zwerfkeien te danken zijn, brak een periode aan met een veel milder klimaat. Dit was gunstig voor een weelderige plantengroei. De grondwaterstand was door de rijzende zeespiegel flink gestegen, wat optimale omstandigheden voor veenvorming met zich meebracht. Omstreeks het midden van de 18e eeuw is hier begonnen met de turfwinning. Er werden polderdijken aangelegd en petgaten gegraven. De vervening was in de 20e eeuw zon beetje voorbij, maar kende rond de Tweede Wereldoorlog een korte opleving. De meeste van de vroeger uitgegraven petgaten zijn inmiddels verland, en begroeid met wilgen en elzen, maar er is ook nog een aantal open petgaten. De Linde, die in de buurt van Tronde ontspringt en destijds bij Kuinre uitmondde in de Zuiderzee, trad in natte perioden vaak buiten zijn oevers, tot ongenoegen van de grondeigenaren. Toen de middenstand van Noordwolde klaagde dat vrachtschepen het dorp niet meer konden bereiken, werd besloten de Linde te kanaliseren. Dit gebeurde in de jaren 1922 tot 1927. De Linde werd verlost van haar vele kronkelingen, maar gelukkig zijn er nog veel van deze oude meanders in het reservaat terug te vinden. Inmiddels zijn deze oude meanders, die tijdens de kanalisatie waren volgestort met bagger, op enkele plaatsen weer opengegraven. In diezelfde tijd werden veel zogenaamde woeste gronden ontgonnen in het kader van de werkverschaffing en geschikt gemaakt voor de landbouw. Ook de petgaten bij de Linde moesten er aan geloven. Gelukkig kon aangetoond worden dat het voor de natuur een zeer waardevol gebied was: de Grote vuurvlinder was er herontdekt, de Purperreiger broedde er en de Visotter kwam er voor. Vooral Hein Buisman, toenmalig bestuurslid van It Fryske Gea, heeft zich zeer ingezet voor het behoud van het gebied. In 1938 vond de eerst aankoop plaats, en de aankopen van aangrenzende terreinen gaan nog steeds door.
De monumentale achtkanter watermolen aan de Linde bij de Blessebrug, werd na een restauratie in 1991 De Gooyer genoemd. Geert Gooyer was de vroegere molenaar en opzichter van It Fryske Gea. In de Helomavaart ligt nog een oude houten veensluis, waardoor vroeger de turfschepen vanuit de Linde de veenpolder konden binnenvaren.

Lendevallei. Bron: It Fryske Gea
Moerasgebied in beekdallandschap
Wat direct opvalt in de Lendevallei zijn de elzenbroekbossen. Vroeger was het terrein veel opener, maar door het verlanden van de petgaten en door het droger worden van het door wateronttrekking, nam de boomgroei sterk toe. In de Lendevallei is echter niet alleen moerasbos te vinden. Verschillende petgaten zijn nog niet verland, waarschijnlijk omdat ze in een wat recenter verleden zijn uitgeveend. Verder zijn er veenmosrietlandjes met mooie varenvegetaties en soms Zonnedauw, rietlandpercelen, stukjes blauwgrasland met bijzondere plantensoorten als Spaanse ruiter en Sterzegge, en langs de Linde bloemrijke hooilanden. Al die planten lokken weer insecten, die dan ook rijk vertegenwoordigd zijn. Een van de bekendste is de Zilveren maan, een parelmoervlinder. Verder zijn er veel verschillende soorten libellen, zoals de Viervlek en de Bruine korenbout.
Op de wat hogere gronden op de beekdalflank vinden we eikenbosjes, boomwallen en singels, restanten van heideveldjes en stukjes bouwland. Ook zijn op verschillende plekken in het begin van de negentiger jaren nieuwe bosjes aangeplant en ecologische verbindingszones gevormd. Een grote barrière vormt de snelweg de A32, die eigenlijk dwars door het reservaat loopt. Niet alleen grotere dieren zoals reeën zien de snelweg als een groot obstakel, maar ook kleinere zoogdieren als verschillende soorten muizen, Hermelijn en Wezel.
Langs die A32 ligt aan de oostkant een grote plas: de Lindepolder. Een in de dertiger jaren ontgonnen petgatengebied dat tot 1990 in agrarisch gebruik was. In dat jaar is de polder aangekocht en is de bemaling gestopt. Elk jaar werd zon drie miljoen kubieke meter schoon water uit de polder gemalen om hem droog te houden. Nu kan dat water in het gebied blijven. Vooral in het winterhalfjaar trekt de polder grote aantallen watervogels aan, met name eenden. Maar ook de rest van het jaar verblijven er veel vogels in de Lendevallei. Wie op een vroege ochtend in het voorjaar langs de Linde fietst, hoort een kakofonie van vogelgeluiden. De grote variatie in terreintypen trekt verschillende moerasvogels als Zwarte stern en Blauwborst, watervogels als Fuut en Krakeend, weidevogels als Kievit en Wulp, maar zeker ook bosvogels zoals de Grote bonte specht en de Havik. Echt zeldzaam en incidentele broeders in de Lendevallei zijn Kwartelkoning, Porseleinhoen en Grauwe klauwier.

Wezel. Bron: It Fryske Gea
Beheer
In grote delen van de Lendevallei kan de natuur zijn gang gaan. Wel worden op verschillende plekken in de zomer graslandjes gemaaid om de variatie in vegetatie in stand te houden: zonder dit maaibeheer zouden veel planten en insecten verdwijnen. In de winter worden grote stukken riet gesneden om te voorkomen dat alles dichtgroeit met bos, en omdat in het jonge riet veel bijzondere planten en dieren voorkomen. De waterhuishouding is de afgelopen honderd jaar sterk veranderd. Van een ongestoord beekdalsysteem kan al lang niet meer gesproken worden. Toch verbetert de waterkwaliteit geleidelijk, en wordt er zelfs aan gedacht om de Otter die in Nederland inmiddels is uitgestorven, hier opnieuw uit te zetten. Om de Lendevallei flink nat te houden is een ingenieus systeem van sloten, stuwen en kleppen uitgedacht, dat moet voorkomen dat het gebied verdroogt. Knelpunten blijven echter bestaan, omdat het reservaat omringd is door een intensief gebruikt agrarisch gebied.