Bijzonderheden
Van oorsprong eikenhakhoutbosjes met een intensief padenpatroon. In 1955 en 1956 aangekocht van de familie van Sminia te Aldtsjerk.

Ligging
Gemeente Tytsjerksteradiel tussen Aldtsjerk, Readtsjerk en Műnein.
Toegankelijkheid
De bosjes hebben een intensief (gescheiden) padenstelsel en zijn jaarrond open voor het publiek. Honden uitsluitend aangelijnd toegestaan. Ook zijn er ruiterroutes en menpaden voor aangespannen wagens. Kaetsjemuoi's bosk is alleen voor wandelaars toegankelijk.
Geschiedenis
De voor Friesland ongebruikelijke namen Grikelân en Turkije zijn - naar men zegt - afkomstig van de verkoop van staatsobligaties van deze landen, door de familie van Sminia. Met dit geld zouden de bosjes zijn aangelegd. Oorspronkelijk waren het hakhoutbosjes. Perceelsgewijs werd het hout om de vijftien jaar bij opbod verkocht. Het werd voornamelijk gebruikt als boerengeriefhout, zoals voor stekpalen en bonenstaken. Wellicht is de bast van de Eik in het verleden ook gebruikt voor de winning van eek, een stof die werd toegepast in de leerlooierij. De overblijvende takken gebruikte men als brandstof, bijvoorbeeld voor het stoken van de bakkersoven. Daarnaast werden takkenbossen toegepast als beschoeiing langs watergangen.

Wandelpad. Bron: It Fryske Gea
Bosjes in ontwikkeling
De bosjes passen in, en maken onderdeel uit van de typische landgoedstructuur die zo kenmerkend is voor deze streek. De landgoederen De Klinze, Heemstrastate en Staniastate getuigen hier nog steeds van. In het kader van de ruilverkaveling is deze structuur in de jaren negentig nog versterkt door de aanleg van nieuw lanen. Het voorkomen van veel Hulst getuigt van een zekere ouderdom en rijpheid van de bosbodem: deze soort verschijnt pas in een laat stadium van bosontwikkeling. Ook de rijkdom aan paddestoelen wijst in die richting. Kenmerkende broedvogels zijn Wielewaal, Sperwer en veel zangvogels.
Een aan het oog onttrokken natuurwaarde is het nog gave bodemprofiel. Onder de humuslaag schuilt een dik pakket helder geel woudzand. Dankzij het bos was het onmogelijk deze percelen af te graven. Iets wat in deze omgeving helaas op grote schaal is gebeurd.

Roodborst. Bron: It Fryske Gea
Beheer
Hakhout is als beheersvorm niet meer van deze tijd; bakkersovens worden nu anders gestookt. De afgelopen twintig jaar is een omvormingsbeheer van het bos ingezet. Het doel is om het bos om te vormen van hakhout naar opgaand bos, met op den duur hoge bomen en daartussen en daaronder een gevarieerde struiklaag. Uiteindelijk moet nog genoeg licht de bosbodem kunnen bereiken om ook nog een kruidlaag tot ontwikkeling te laten komen. Het eindstadium zal een bos zijn met drie etages: kruidlaag, struweel en bomen. Elk jaar wordt planmatig een klein deel van het bos uitgedund om deze doelstelling in de toekomst te bereiken. Voor Kaetsjemuoi's bosk geldt nog steeds een beheer als hakhoutbos. Ieder jaar wordt een vijftiende deel van het bosje gekapt. Na vijftien jaar is dus de cyclus rond. Door het regelmatig kappen en afvoeren van het hout treedt verschraling van de bodem op. Dat uit zich in het voorkomen van bepaalde plantensoorten die gebonden zijn aan voedselarme omstandigheden. Ook trekt hakhout andere vogels aan dan opgaand bos. Om cultuurhistorische redenen is er eveneens wat voor te zeggen deze uit de mode geraakte vorm van bosbeheer plaatselijk en op kleine schaal te behouden.