Bijzonderheden
Het Koudumerboskje is één van de weinige vindplaatsen in Friesland van de Geschubde mannetjesvaren.

Ligging
Gemeente Nijefurd, ten oosten en zuiden van Koudum.
Toegankelijkheid
Het fietspad Galamadammen-Hemelum voert langs de Vogelhoek. Het Koudumerboskje is langs het Johan Frisokanaal na 15 augustus vrij toegankelijk.
Geschiedenis
De Fūgelhoeke is circa 50 ha groot - waarvan 40 ha bestaat uit water - en is aangekocht in 1976. Het gebied is ontstaan door de aanleg van een fietspad dat het van de Morra scheidde. Het prachtige open Butlān De Fluezen is in 1982 door It Fryske Gea aangekocht, nadat het al vanaf 1979 werd beheerd.
Het Koudumerboskje is ontstaan op een voormalige grondberging van Provinciale Waterstaat, die werd opgeworpen bij het graven van het Johan Frisokanaal.
De Fūgelhoeke
Dit meertje heeft waardevolle oevers, waar onder meer veenmosrietland voorkomt met veel varens: Moerasvaren, Kamvaren en Brede stekelvaren. De laatste soorten staan er bijzonder rijk en in forse exemplaren. In het veenmosrietland groeit verder veel Waternavel en er staan grote horsten van de sierlijke Zompzegge. Op sommige plekken is het rietland bijzonder kruidenrijk, op andere plaatsen is er een vrij dichte rietzoom met de beide soorten lisdodde en hier en daar de meer dan manshoge Moerasmelkdistel. De Vangdijk, die Morra en Fūgelhoeke scheidt, is aan de kant van de Fūgelhoeke geheel met bomen begroeid en vormt zo een kenmerkende afscheiding tegen het open water van de Morra. Tot boven in de wilgen groeien dikke liaanachtige stammetjes van de in Noord-Amerika en Canada zo beruchte Gifsumak ('Poison Ivy'). De plant die bij aanraking tot zeer heftige huidreacties kan leiden, is hier omstreeks 1919 aangeplant om afslag van de Vangdijk te voorkomen en heeft zich hier sindsdien definitief gevestigd. Langs de hele lengte van het dijkje is de plant te zien; zij bloeit er zelfs en zet er vrucht. In een mooi najaar kunnen de bladeren prachtige kleuren aannemen. Het hele gebied van de Fūgelhoeke is vogelrijk; riet- en watervogels vinden er een broedplaats en in het struikgewas langs de Vangdijk broeden bovendien Tuinfluiter en Spotvogel. In het rietveld langs de Vangdijk broeden veel futen, soms zelfs in kolonieverband. Ook de Bruine kiekendief broedt er en is er in de zomer dikwijls jagend waar te nemen. Buiten de broedtijd biedt het meer een veilige rust- en foerageerplaats aan smienten, kuifeenden, krakeenden en tafeleenden.

Gifsumak. Bron: It Fryske Gea
Lānsein, de Oarden en de Sānkop
Het grasland van Lānsein biedt in de zomer een rijke bloei van grassen, vooral Gestreepte witbol, met daartussen Kale jonker en Echte koekoeksbloem. De bloei van de Grote ratelaar is hier spectaculair. In het voorjaar broeden er veel weidevogels op de percelen.
De rietzoom langs de Fluessen bestaat uit een goed ontwikkelde zoomvegetatie, waaraan vooral Harig wilgenroosje, Echte valeriaan en Poelruit kleur geven.
Het eiland De Oarden is belangrijk vanwege de grote kolonie kokmeeuwen, maar meer nog door de tussen de kokmeeuwen broedende visdiefjes. Op het iets verder gelegen eiland de Sānkop broeden heel wat eenden, waaronder vrij veel tafel- en krakeenden. Ook het Baardmannetje heeft er genesteld.
Būtlannen De Fluezen en Fūgeleilān
Het būtlān ligt voor de boezem en staat 's winters voor een groot deel onder water. Op de laagst gelegen delen van het terrein (het dichtst bij de polderdijk) blijft het water lang staan, waardoor er in de zomer rond blijvende plasjes slikkerige veldjes ontstaan. Hier groeit veel Veenwortel met daartussen vaak een dichte begroeiing van Moerasdroogbloem, Greppelrus, Geknikte vossenstaart en landvormen van Sterrenkroos. Naast deze slikveldjes komen vrij grote gedeelten voor met riet en ruigtekruiden, waaronder veel Rietgras, Liesgras en hoog opgeschoten Grote vossenstaart. Ook liggen er binnen het gebied aardige hooilandjes met Echte koekoeksbloem, Vergeet-mij-nietje, Grote ratelaar, Reukgras en Watermunt. Langs de meeroever is een forse zoomvegetatie ontstaan met veel Harig wilgenroosje, Gele lis, Koninginnenkruid en Moerasmelkdistel.
De boezemlanden bieden broedgelegenheid aan een grote diversiteit van weidevogels, waaronder Kievit, Grutto, Scholekster en Tureluur en - bij de slikveldjes de Kluut. Ook eenden, waaronder de Bergeend, komen er voor en in de rietzoom is de Fuut te vinden.
Vrij dicht voor de oever ligt een eilandje, het Fūgeleilān, waarop een grote kolonie van duizenden kokmeeuwen is gevestigd. Soms hangt er een grote witte wolk van krijsende vogels boven het eilandje.
Ook buiten de broedtijd zijn de boezemlanden belangrijk voor vogels. Geregeld worden er foeragerende lepelaars gezien, aalscholvers vissen op het meer en in herfst en winter kan het boezemland bevolkt zijn door grote aantallen eenden en ganzen. De ruige rietlanden zijn bijzonder belangrijk voor het voortbestaan van de zeldzaam wordende Noordse woelmuis.

Tureluur. Bron: It Fryske Gea
Koudumerboskje
De begroeiing bestaat nagenoeg geheel uit wilgen, waarin vooral Schietwilg en Grauwe wilg domineren. Sommige exemplaren zijn al tot zeer forse bomen uitgegroeid. Ook enkele oude berken komen er voor. Het wilgenbos is nagenoeg ondoordringbaar, maar er liggen enkele grote open, zandige plekken in, waarop onder andere Schapezuring rijkelijk voorkomt. Wat opvalt is dat zich verscheidene varensoorten in het bosje hebben gevestigd, waaronder Adelaarsvaren en Wijfjesvaren. Als grote bijzonderheid staat er een fors exemplaar van de Geschubde mannetjesvaren. Oude omgevallen wilgen zijn er rijkelijk met mossen begroeid. In de rietzoom langs de berging komen diverse moerasplanten voor. Ook de Gewone dotterbloem, die in deze hoek van de provincie verder nagenoeg ontbreekt, is hier te vinden. Het Koudumerboskje, in een open gebied langs meer en kanaal, trekt heel wat broedvogels; de Houtduif is er talrijk, maar ook soorten als Grasmus, Tuinfluiter, Fitis en Winterkoninkje ontbreken niet, terwijl in de rietzoom de Bruine kiekendief broedt.
Beheer
In de Fūgelhoeke wordt een constant waterpeil gehandhaafd, dat onafhankelijk is van de boezem. Het beheer is gericht op het handhaven van de rust voor de vogels en op de ontwikkeling van waardevolle (veenmos)rietlanden. Het riet wordt geoogst en afgevoerd. Het hooiland van Lānsein wordt jaarlijks gemaaid en gehooid. Het eiland De Oarden, dat langzaam in het water wegzakt, wordt opgespoten. Hiermee wordt het behouden en wordt tegelijk een goede broedbiotoop voor de vogelkolonies gecreėerd. Op de Sānkop vindt geen actief beheer plaats. Het beheer van Būtlān De Fluezen is gericht op behoud en ontwikkeling van het boezemlandsysteem en behoud en ontwikkeling van de broedkolonies. Daarvoor moet de vegetatie kort worden gehouden. De būtlannen worden zo mogelijk jaarlijks gehooid. In het Koudumerboskje wordt gestreefd naar een spontane ontwikkeling, zonder beheersmaatregelen.

Fluezen. Bron: It Fryske Gea