Bijzonderheden
Belangrijk vogel- en vlindergebied.

Ligging
Gemeente Skarsterlân, onder St. Johannesga.
Informatie
Picknickplaats langs de Skardyk.
Geschiedenis
Het laagveenmoerasgebied van het Easterskar dankt zijn ontstaan aan de vervening, die hier in het begin van de 19e eeuw een aanvang nam. Het Oosterschar werd tussen 1850 en 1900 verveend. Na de vervening bleef er een zeer afwisselend gebied over van vrij onregelmatig vergraven gronden, uitgeveende sloten, maar ook stukken met regelmatige petgaten en stripen. Na beëindiging van de vervening begon het verlandingproces weer. In de twintigste eeuw werden ook de terreinen in de Grote Johannesgaaster veenpolder het doelwit van ontginningsmaatschappijen. Nog in de jaren zestig werd het Westerschar ontgonnen en werden voorbereidingen getroffen voor de ontginning van het Easterskar. Door veranderde inzichten werd dit ontginningplan echter op het laatste nippertje teruggedraaid.
Moerasgebied met open water en schraal grasland
Het Easterskar bestaat hoofdzakelijk uit open water, rietland, moerasbos en grasland. Het open water wordt gevormd door oude petgaten en enkele zandputten van recenter datum. De graslanden worden als hooiland gebruikt. Doordat er geen bemesting wordt toegepast, blijven de sloten schoon en wordt de begroeiing steeds soortenrijker. Er wordt nogal eens het Gewoon blaasjeskruid gezien, in sommige jaren zeer rijk bloeiend. Slechts op een enkele plaats is nog heischraal grasland aanwezig dat een beeld geeft van de vegetatie zoals die er wellicht voor de vervening heeft uitgezien. Opvallend is de grote rijkdom aan zeldzame plantensoorten. Op heischraal grasland vinden we onder meer Tandjesgras, Hondsviooltje, Tormentil, Heidekartelblad, Klokjesgentiaan en Gewone dopheide. Ook groeien hier Blauwe knoop, Spaanse ruiter en Ronde zonnedauw. Deze schraallanden vallen ook op door de bijzondere vlinders, libellen en andere insecten die er voorkomen. Zilveren maan en Aardbeivlinder hebben hier hun plek, omdat de waardplanten van deze soorten respectievelijk Moerasviooltje en Tormentil - in het Easterskar ruimschoots aanwezig zijn. Wat bij het wandelen in het terrein opvalt, zijn vooral de rietvelden en het moerasbos.

Vogelkijkhut. Bron: It Fryske Gea
Het rietland wordt slechts voor een deel geëxploiteerd. Het productie-rietland is vrij soortenarm. Het overige rietland ontwikkelt zich spontaan tot een soortenrijk veenmosrietland. Zoals de naam al aangeeft vestigen zich hier veenmossen, maar ook de typerende Kamvaren en Moerasvaren. Vooral het moerasbos heeft zich in de laatste tientallen jaren sterk ontwikkeld. Het bestaat grotendeels uit Zwarte els en Grauwe wilg. Langs de randen van de elzenbroekbosjes en langs de verlande sloten staat veel Wilde gagel. Langs de randen van de vaarten en grotere plassen ontwikkelt zich een zeer bloemrijke vegetatie, van Moerasspirea, Echte valeriaan, Poelruit, Koninginnenkruid, Grote kattenstaart, Rietorchis, Moeraslathyrus en tevens - en dat is voor Friesland bijzonder - Moeraswolfsmelk. Langs het open water en langs veel smalle slootjes vallen de forse horsten van Pluimzegge op, en de drijftillen waarop Waterscheerling groeit met Watermunt en Blauw glidkruid. Van de zeggen verdient het voorkomen van Ronde zegge nog aparte vermelding.
De lijst van broedvogels uit het Easterskar telt tegen de vijftig soorten, waaronder vrij veel soorten die zich thuis voelen in het moerasbos en in de ruigteterreinen.
Naast de broedvogels worden er het gehele jaar door nogal wat pleisterende vogels gezien. Hieronder bevinden zich regelmatig Ruigpootbuizerd, Blauwe kiekendief, Boomvalk, Houtsnip en Klapekster. Het Easterskar staat nog steeds bekend om het veelvuldig voorkomen van Adder en Ringslang. Ook Heikikker, Kleine watersalamander en Levenbarende hagedis komen in het gebied voor.

Houtsnip. Bron: It Fryske Gea
Beheer
Eind jaren tachtig en begin jaren negentig is er veel verbeterd aan de waterhuishouding van het Easterskar. De verdroging wordt daarmee teruggedrongen en de waterkwaliteit in het gebied is sterk verbeterd. Het is te zien dat in het open water de vegetatie zich herstelt; fonteinkruiden worden weer gevonden, evenals de hier voorkomende Noordelijke waterlelie, die in deze helft van Friesland meer wordt gezien dan de Witte waterlelie.