inleiding
 kaart

  
141 ha.  
Niet toegankelijk  
terug naar natuurkaart  

Eanjumer Kolken

Karakteristieken

Open graslandgebied met eendenkooien en dobben.

Bijzonderheden

Pleisterplaats voor Brandgans, Kolgans en Grauwe gans. Belangrijke zilte grasland- en ziltwatervegetaties.

Ligging

Gemeente Dongeradeel, tussen Anjum en Ee.

Toegankelijkheid

Niet vrij toegankelijk.

Geschiedenis

Tot circa 1950 vormden de Kolken een slecht ontwaterd en laaggelegen gebied bij de Lauwerszee onder Anjum. Na een groots opgezette ruilverkaveling ging het oorspronkelijke karakter van de Kolken voor een groot deel verloren, met alle gevolgen van dien voor de rijke vogelbevolking en de aanwezige zilte vegetatie. In de Kolken lag toen al een aantal eendenkooien. In 1939 en in 1942 werden er twee aan It Fryske Gea nagelaten, onder de voorwaarde dat de vangst gestaakt zou worden. In 1953 volgde de aankoop van het lage grasland tussen de kooien. Dit werd omkaad, zodat de waterstand er hoger kan worden gehouden dan in de omliggende weilanden.

Brakke graslanden, dobben en eendenkooien.

In het open graslandgebied vallen de kooibossen duidelijk op. Es, Iep, Populier en enkele grillige zomereiken vormen de boomlaag. Vlier en Eenstijlige meidoorn zijn de belangrijkste struiken. In het ene kooibos huist een kolonie roeken, in het andere moet een roekenkolonie de ruimte delen met een kolonie blauwe reigers. Vaak ziet men in het voorjaar de reigers die niet op hun nest zitten in een rij langs het kooibos staan. De vele holle bomen bieden prima broedplaatsen voor de Kauw, Holenduif en Bergeend. Regelmatig worden hier ook de Ransuil en de Boomvalk waargenomen. Uiteraard ontbreken in het kooibos de kleinere zangvogels niet. Het is een broedplek voor Tuinfluiter, Bosrietzanger, Spotvogel, Gekraagde roodstaart, Rietzanger en het Winterkoninkje. De begroeiing van de beide kooibossen is weelderig, en kenmerkend voor een voedselrijke omgeving. Op de bodem bloeit in het voorjaar veel Speenkruid. Wat later vormt Fluitenkruid een hoog gewas. Tenslotte zijn de dikke stammen ook voor korst-, blad en levermossen - waaronder het Bleek boomvorkje - van belang. De slootkanten en de oevers in de brakke graslandgebieden worden vaak door de Grote groene kikker (Meerkikker) bezet. Deze houdt van slootjes met een goed ontwikkelde waterplantenvegetatie. Ook de Bruine kikker kan hier aangetroffen worden. In het brakke slootwater komen verder veel tiendoornige stekelbaarsjes voor.

Boomvalk. Bron: It Fryske Gea

Van de zilte plantengroei die voor dit gebied eens kenmerkend was, is nog iets overgebleven, met name in de Kuperuspolder. Hier zijn nog enkele bijna dichtgegroeide kolken te vinden, omringd door laaggelegen schapenweiden met een fraaie begroeiing van onder meer Gerande en Zilte schijnspurrie, Zeeweegbree, Schorrenzoutgras en Stomp kweldergras, alle zilte plantensoorten. Zelfs Zeekraal komt hier voor. In de lage graslanden van de Eanjumer kolken groeit veel Behaarde boterbloem, een soort die in Friesland schaars is. Vooral eind mei zorgen deze helder gele bloemen, in combinatie met het warme roodbruin van de Veldzuring en de grijze tinten van de Geknikte vossenstaart, voor een prachtig kleurenpalet. In het vochtige grasland dat s winters onder water staat, komt sinds kort weer veel Grote ratelaar voor. Ook het zeldzame Goudknopje is hier gevonden. Op de dammen en in tractorsporen, waar de bodem sterk is samengedrukt, is Muizenstaart opvallend talrijk. In de opgeschoonde dobben groeien weer Zilte waterranonkel en Fijn hoornblad. Ook Lidsteng is het vermelden waard. Andere planten die hier in het brakke water thuishoren, zijn Gesteelde zannichellia, Zeebies en Ruwe bies. Nu de zilte kwel in het natuurontwikkelingsproject wordt gestimuleerd, zijn de zoutminnende planten weer enigszins teruggekomen. Het grasland tussen de eendenkooien in de Eanjumer Kolken biedt veel vogelsoorten een uitstekende plaats om te foerageren, te rusten en te broeden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Tureluur, de Scholekster en de Kievit. In de Kuperuspolder broeden daarnaast ook nog een aantal kluten en visdiefjes. Verder zijn tijdens de trekperiode soms duizenden smienten, goudplevieren en wulpen in het gebied. Ook ganzen voelen zich rond de Kolken thuis. Soms foerageren er duizenden kolganzen, grauwe ganzen en brandganzen. Speciaal voor hen worden de graslanden na 1 oktober niet meer beweid, zodat ze het late gewas kunnen verorberen.

Eanjumer Kolken. Bron: It Fryske Gea

Beheer

Het beheer is vooral gericht op de waardevolle vegetatie. Dit betekent voornamelijk dat er een extensief hooi- en weilandbeheer wordt uitgevoerd, met een geringe of geen bemesting. Om het oude Recht van Afpaling te behouden, heeft It Fryske Gea in elk van de twee kooien de afgelopen jaren diverse pijpen geheel gerestaureerd. Dit recht is belangrijk, omdat het rust waarborgt in een straal van twaalfhonderd meter uit het hart van de kooi. De dobbe van de meest noordelijke kooi is in 1997 opgeschoond. In 1995 is in een laaggelegen poldertje een natuurontwikkelingsproject uitgevoerd. Door het verlagen van de waterstand probeert men de zilte kwel te stimuleren, en de voor brakke polders kenmerkende flora en fauna weer een kans te geven. Langs de sloten zijn brede plasbermen gegraven.

  


Voor meer informatie over It Fryske Gea: www.fryskegea.nl